Meldcode kindermishandeling

De Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is een stappenplan waarin staat hoe bijvoorbeeld een huisarts, kinderopvangmedewerker, leerkracht of hulpverlener moet omgaan met het signaleren en melden van (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling.
De Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling bepaalt dat organisaties en zelfstandige beroepsbeoefenaren in de sectoren onderwijs, gezondheidszorg, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, sport, jeugdzorg en justitie een meldcode moeten hebben én het gebruik ervan moeten bevorderen.

Basismodel meldcode
De wet bepaalt dat iedere organisatie en zelfstandig werkende beroepskracht die werkt met ouders en/of kinderen een eigen meldcode moet ontwikkelen. Kalisto en haar scholen gebruiken daarvoor het Basismodel meldcode uitgewerkt in het online handelingsprotocol kindermishandeling en huiselijk geweld voor basisscholen: https://www.handelingsprotocol.nl/bo-utrecht.
Daarin staan de volgende vijf stappen:
1. In kaart brengen van signalen.
2. Overleggen met een collega. En eventueel raadplegen van Veilig Thuis: het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling. Of een deskundige op het gebied van letselduiding.
3. Gesprek met de betrokkene(n).
4. Wegen van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. En bij twijfel altijd Veilig Thuis raadplegen.
5. Beslissen over zelf hulp organiseren of melden.


Met ingang van 1 januari 2019 geldt een aanscherping van stap 4 en 5 van de meldcode. De beroepskrachten beslissen eerst of het nodig is om een melding te doen bij Veilig Thuis: daarbij geldt dat vermoedens van ernstige kindermishandeling of huiselijk geweld in ieder geval altijd gemeld moeten worden. Daarna beslissen zij of het (ook) mogelijk is om zelf hulp te bieden of te organiseren.
Als beroepskrachten besloten hebben te melden, maken zij de beslissingen over het bieden of organiseren van hulp samen met Veilig Thuis. Op deze manier sluiten melden en zelf hulp bieden elkaar niet langer uit, maar vullen elkaar aan.